fbpx
  • Waar trainen we eigenlijk voor?

    De laatste paar maanden lag bij mijzelf de focus op het sterker maken van mijn paard. Doordat hij halverwege 2017 een kogelbreuk opliep ben ik pas in november 2017 echt serieus met hem aan het werk gegaan na een hele periode van revalideren. Toch verviel ik op een gegeven moment in een stukje prestatiedrang maar gelukkig was ik me daar ook snel van bewust! Een eye-opener was dat er bij mij op stal een wedstrijd georganiseerd werd. Een onderlinge wedstrijd met de mogelijkheid om een klasse hoger te starten dan je daadwerkelijk rijdt. Op het moment dat bekend werd dat die wedstrijd er kwam zei ik direct dat het te vroeg kwam. Toch liet ik me ompraten. Opmerkingen als: ┬┤Het is juist een mooie gelegenheid om te oefenen!’ en ‘Je hebt nog een paar weken om de puntjes op de i te zetten!’ maakte dat ik geen spelbreker wilde zijn en mezelf toch op de lijst zette.

  • De zijgangen waren absoluut geen moeilijkheid. Een correct gereden overgang van galop naar stap was dat wel. Maar met een aantal weken voor de boeg besloot ik dat me dat wel ging lukken. Een dag later kwam ik daar al op terug. Ik bemerkte bij mezelf een soort drang om het goed te willen doen maar vergat daarbij op welke manier je de overgang moet trainen. Je paard moet sterk genoeg zijn om terug te komen op het achterbeen, licht blijven in de hand en de overgang moet zoveel mogelijk vanuit je zit gemaakt worden.

    Ik stelde zomaar in een kort ogenblik de oefening boven de wijze van trainen en waarvoor de oefening eigenlijk bedoeld is. Ik heb me weer van de inschrijflijst afgehaald en nu, tig weken later, kan ik zeggen dat de overgang ergens op begint te lijken. Vanuit de juiste trainingsopbouw, het sterker maken van het achterbeen, het vermogen om te kunnen sluiten en te dragen en vanuit daar door mijn zit verder terug te sluiten waarbij mijn hand enkel de aanleuning ondersteund wanneer dat nodig is.

  • Deze hele gebeurtenis confronteerde mijzelf weer met hoe lastig het presteren is in combinatie met het trainen van je paard. Het zette mij weer aan het denken en ik constateerde ook om me heen dat de oefeningen uit de proeven soms helemaal nog niet correct uitvoerbaar zijn omdat het paard helemaal nog niet zover is!

    Al sinds ik instructie geef probeer ik enerzijds leerlingen af te remmen. Ik probeer ze duidelijk te maken dat de samenwerking met je paard voorop moet staan en je heel bewust moet zijn van de wijze waarop je traint, of dit je paard helpt of dat de wijze waarop je traint te vlug gaat voor het vermogen van je paard.

  • Anderzijds moet ik andere leerlingen juist motiveren en stimuleren. Die rijden thuis al bijna een grandprix proef voor maar vinden dat ze nog niet klaar zijn om op wedstrijd te gaan!

    Het doel van de dressuur is nog altijd om je paard op zo’n manier te trainen dat je hem (of haar) gymnastiseert, sterker maakt en daarmee de samenwerking bevorderd. Met name die samenwerking is vaak een dingetje. En dan kom ik weer terug op wat ik hierboven vermelde. De drang om te presteren wordt soms zo groot (gemaakt) dat er vergeten wordt waarom we ook alweer wilden paardrijden. De prestatie maakt dat we door willen naar de volgende klasse en als het paard aangeeft daar nog niet aan toe te zijn dan wordt het paard vaak als lastig bestempeld of wordt er een extra tandje druk opgevoerd om toch bepaalde oefeningen aan te leren. Als het linksom niet lukt dan maar rechtsom!

  • De oefeningen die in de proef gevraagd worden moeten mijns inziens het gevolg zijn van een doordachte training. En wanneer de basis goed voor elkaar is hoeft geen enkele oefening een groot probleem te zijn. Natuurlijk is het ene paard leniger dan het andere paard maar als je een gezond en  correct beleerd jong paard een schouder voor vraagt of een pasje opzij te gaan voor de kuit zou dat geen probleem hoeven zijn. De meeste paarden van tegenwoordig hebben al een dot meer talent en aanleg dan de paarden van vroeger! Er is op een dergelijke wijze gefokt dat veel positieve kenmerken van een paard doorgefokt zijn waardoor het paard van nature al makkelijker beweegt, leniger is en meer tot dragen kan komen.

    Maar ook dat moet op de juiste manier getraind worden. De overgang van galop naar stap, zoals ik eerder al beschreef, moet voortkomen uit een gesloten galop waarbij het paard al meer gewicht kan verplaatsen naar het achterbeen en daaruit dus zonder moeite moet door kunnen sluiten. Niet door het trekken en opsluiten vanuit hand en aanknijpen van de benen waarbij het (stiekem nog te hard voorwaarts) gaande paard op twee voorbenen tot remmen komt.

  • Er moet lossigheid zijn in het lichaam van het paard om zijgangen te kunnen rijden. En de lossigheid is niet alleen in de aanleuning van het paard, maar in het hele lichaam. Wanneer een paard zichzelf ergens aanspant belemmert dat de bewegingen. Je kunt dan oefenen wat je wilt maar je traint de verkeerde spiergroepen. De spiergroepen die het paard vast wil zetten staan onder spanning. Wanneer je daar doorheen moet trainen om een bepaalde oefening te willen uitvoeren maak je het gedeelte wat al onder spanning gehouden wordt sterker en sterker. Het kost dan uiteindelijk nog meer moeite om de oefening uit te gaan voeren zoals de bedoeling is.

    De bedoeling van een oefening is dan niet het correct uitvoeren van-die-oefening zoals dat in de proef gevraagd wordt maar elke oefening heeft een bepaald doel. Dat doel is waar je naartoe streeft met het trainen van het paard. Elke losse oefening maakt dat je bepaalde delen en spiergroepen van het paard sterker kunt maken, kunt gymnastiseren en kunt gebruiken om andere oefeningen weer eenvoudiger te maken.

  • Zo train je met een schouder binnenwaarts het binnen achterbeen van het paard doordat de draagkracht op dat been komt. Je traint de lengtebuiging en de lenigheid terwijl je als ruiter leert om beter in balans te blijven op je paard.

    Met de travers maak je het buiten achterbeen van je paard sterker omdat er meer kracht gezet moet worden vanuit dat been, en ook de lengtebuiging, lenigheid en de voorwaartse drang komen erbij kijken. Want hoe vaak remt een paard niet af in de zijgangen?

  • Schoppen we het paard dan naar voren of zijn er zaken die niet genoeg voor elkaar zijn waardoor het paard lichamelijk nog niet in staat is om de oefening te doen? Moet je een stapje terug doen? Zou het kunnen zijn dat het paard moeite heeft met ‘pootje-over’ omdat het zich strak houdt in de schouders en haalt het de balans nog teveel uit de onderhals? Kom je dan tijdens het oefenen van zo’n oefening wel terecht bij het achterbeen?

    Ga dus nog een bij jezelf te raden welk doel je voor ogen hebt? Bedenk vervolgens welke stappen je dan nog moet zetten in de training en luister naar de feedback van je paard.

    Een paard geeft absoluut duidelijk aan welke dingen hij (of zij) lastig vind. Bedenk dan goed waarom je paard het lastig vind en ga op onderzoek uit op welke manier je, middels andere oefeningen, het paard sterker en/of leniger kan maken zodat de oefening uiteindelijk wel fijn uitgevoerd kan worden.

    Is dat lastig omdat er wedstrijden in de planning staan? Ga dan terug naar je doelen voor dit jaar. Doelen moet je altijd bij kunnen stellen. Soms is dat een stapje terug doen maar soms kun je ook een stapje eerder de baan in!

  • Aanmelden of meer informatie?

  • Verstuur

Door de site te te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten