• De vraag

    Deze maand komt de vraag van Lieselot Lauwaars:

    Wat doe je met een paard dat teveel gaat lopen in de proef? Te veel naar voren blijft lopen zodat de overgangen teveel op de hand worden en de spanning daardoor opbouwt?

  • Malene Nootenboom antwoordt:

    Wanneer je paard het initiatief neemt naar een hoger tempo dan de bedoeling is gaan we als ruiter eigenlijk altijd wel terug werken. We proberen in eerste instantie de 'go' op te vangen met onze zithulpen en een ophouding, maar wanneer het paard blijft doordrammen wordt het al snel een trekspelletje. Het paard trekt aan het bit, of hangt erin en onze hand probeert uit alle macht die voorwaartse drang weer te beteugelen. Letterlijk in dit geval!

    Dan is het vaak ook nog zo dat je tijdens je trainingen dit gedrag eigenlijk nooit tegenkomt. Het lijkt dan ook onmogelijk om dit te oefenen!

    Dat is echter niet zo. Je kunt dit thuis in de training zeker goed meenemen!

  • Omdat je paard thuis altijd wel aan de hulpen staat denken veel ruiters dat dit gedrag alleen op of tijdens de proef te trainen valt. Dat is niet zo. Want alles staat en valt met een stukje tempo controle.

    Wanneer je thuis aan het rijden bent, ga dan eens enorm langzaam stappen of draven. Laat daarbij elke keer de teugels in een boogje hangen om te testen of je paard echt onder je blijft of dat je paard gelijk weer groter of harder gaat lopen.

    Wanneer je paard onder je weg loopt rem je direct weer af met je zithulpen en je sluit je handen in een ophouding. Let hierbij op dat je wel mee blijft veren en niet blokkeert in je handhulp. Wanneer je paard weer in het gewenste tempo loopt kun je weer testen door heel rustig de teugels weer te laten vieren. Je haalt de druk er volledig af. Blijft het paard nu wel netjes onder je dan beloon je hem uitbundig met je stem of met een klopje. Loopt hij weer onder je weg dan herhaal je de hulp en rem je opnieuw af.

    Je gaat dus eigenlijk in je training continue spelen met het tempo waarbij de nadruk ligt op een enorm trage stap, draf of galop. Door elke keer te verruimen en weer terug te sluiten krijg je steeds meer controle over het sluiten en zodoende steeds meer controle over het afremmen.

  • Ook overgangen zijn zeker van belang. Wanneer je paard maar een heel klein beetje onder je vandaan loopt kun je al een overgang terug maken. Wees daarin duidelijk. Ga direct diep zitten, maak je been lang, span je bovenbenen iets aan en maak een remmende ophouding. Wanneer het paard de overgang terug maakt of gaat halthouden geef je als antwoord direct een ontspannen zit en ontspan je jouw armen. Ook dan geldt dat het paard snel weer weg zou willen lopen. Sluit dan direct weer je hulpen zodat het paard weer stil gaat staan en laat hem wachten. Ook dan weer direct de remmende hulpen weg halen.

  • Door dit met regelmaat te herhalen in je training maak je jouw paard scherp aan de hulpen en leer je dat je paard moet wachten op voorwaartse hulpen. Ook als je dit tijdens het losrijden doet zul je merken dat je paard echt bij jou gaat blijven. Door de vele overgangen en tempowisselingen brengt je paard de aandacht volledig naar jou toe.

    Tijdens je proef is het van belang dat je paard ook aan diezelfde hulpen blijft staan. Je moet er daarom voor zorgen dat jijzelf in je houding en zit hetzelfde blijft als tijdens de training en tijdens het losrijden. Wanneer je door de spanning gaat klemmen komt je hulp al veel minder door dan wanneer je ontspannen kunt zitten.

    Op het moment dat je voelt dat je paard toch onder je vandaan gaat lopen maak dan weer een duidelijk remmende ophouding die je ook direct weer los kunt laten. Herhaal dit totdat je reactie voelt bij je paard.

    Ik vergelijk het altijd met het moment dat je een bekende tegenkomt en die staat met de rug naar je toe. Wanneer je die zachtjes benaderd en je prikt met je vinger in zijn of haar zijde dan geeft diegene een schrik effect. Jouw vinger zorgt voor een prikkel die kietelt. Normaal gesproken haal je die vinger weer weg want de reactie is geweest. Wanneer je jouw vinger in de zijde houdt van degene die je hebt laten schrikken en er een babbeltje mee maakt zal de kietelreactie of het schrik effect zich niet continue herhalen. De spieren in de zijde zijn gewend aan de druk die er uitgeoefend wordt en trekken niet meer in een reactie samen.

    Zo werkt het ook bij het paard. Als je continue blijft remmen loopt het paard door de hulp heen. Het paard voelt de remmende hulp niet meer. Wanneer je kleine korte hulpen geeft die afgewisseld worden met het geven van lucht (de hulp weghalen) zal er zeker weer een reactie volgen. 

    Wanneer je thuis aan de slag gaat met de wachtende oefeningen en tempo controle zul je merken dat je daar ook op wedstrijd steeds meer profijt van kunt hebben. Toch kan het zijn dat het niet direct lukt op wedstrijd. Natuurlijk komt daar altijd wat spanning bij kijken en spanning zorgt dat je meer druk zet vanuit je zit. Leg dus de focus op aanspanning en ontspanning en stel doelen die hierbij passen!

    Veel succes!

  • Aanmelden of meer informatie?

  • Verstuur