• De vraag:

    De vraag van deze maand komt van Demi van der Lugt:

    Ik heb sinds drie jaar een zwartbruine ruin die inmiddels 8 jaar oud is. Hij heet Fantastic D en is een Special D x TCN Partout. We rijden in de klasse M1. Ik wil graag weten hoe ik beter om kan gaan met een jong puberend paard en hoe train ik nu het beste een jong en puberend paard? De afgelopen drie jaar lukt het met het rijden steeds wat beter maar nu lopen we in de wedstrijdring tegen een probleem aan. Hij blokkeert helemaal en begint te rennen. Hierdoor is het eigenlijk niet mogelijk om normaal een proef te kunnen rijden wat vaak resulteert in teleurstellende punten of dat ik moet af groeten omdat er geen houden aan meer is. Ik weet zeker dat hij het kan maar zodra er spanning bij komt kijken kan ik hem niet geruststellen wat erg frustrerend is. Ik ga wel gewoon door want thuis is de controle nu wel steeds beter dus daar kan ik het wel verbeteren maar niet oplossen.

  • Malene Nootenboom antwoordt:

    Dit is een hele goede vraag en ik weet dat er veel mensen zijn die tegen gelijksoortige problemen aanlopen met hun jonge paard. En als het dan eenmaal thuis in orde is moet je nog maar zien of dat het op wedstrijd wel lukt.

    Voor dat ik echt in ga op de vraag wil ik eerst wat vertellen over de verschillende leermethodes van het paard. Om een paard op een juiste manier op te leiden is dit enorm van belang dat je hiervan op de hoogte bent.

  • Als eerste is dit OPERANTE CONDITIONERING

    Dit houdt in dat het paard leert om een reactie te geven na een positieve of negatieve prikkel. In de  training maak je voornamelijk gebruik van negatieve prikkels. Denk maar bijvoorbeeld aan het geven van een beenhulp. Je paard voelt druk en geeft een reactie. De druk verdwijnt nadat het paard de juiste reactie heeft gegeven en wordt als het ware beloond.

    Deze beloning zal het paard als positief ervaren en daarmee treedt de “wet van effect” in werking. Gedrag dat een positief gevoel teweeg brengt zal door het paard sneller herhaald worden dan gedrag wat een negatief gevoel teweeg brengt. Dus het paard zal snel leren dat meewerken een beloning oplevert en zal daardoor steeds sneller een reactie gaan geven op jouw hulpen.

    Wat heel belangrijk bij deze leermethode is, is dat je heel snel de beloning geeft nadat je een hulp hebt gegeven. Als er een te lange tijd tussen zit, legt een paard niet meer het verband tussen de hulp en de beloning en kan er verwarring ontstaan.

    Ook kan er verwarring ontstaan als er tegelijk een andere hulp wordt gegeven die een tegenovergestelde reactie vereist, zoals bijvoorbeeld de beenhulp in combinatie met een ophouding, of als de reactie wordt gegeven en de druk wordt niet weggenomen, zoals je veel ziet met het overmatig drijven.

    Je komt dan terecht bij de tweede leermogelijkheid, namelijk HABITATIE (gewenning). Paarden leren om bepaalde reacties te negeren die ze niet veel pijn doen, zoals bijvoorbeeld de singel of het contact met de mond, maar ook het blijven drijven. Dus als jij continue been geeft zonder echt een reactie van je paard te verlangen, zal het paard gewend raken aan deze ‘druk’ en er niet meer op reageren.

  • De derde leermogelijkheid is KLASSIEKE CONDITIONERING. Met klassieke conditionering wordt bedoeld dat het paard leert om associaties te maken tussen verschillende gebeurtenissen. Klassieke conditionering is bijvoorbeeld van toepassing in de fase dat een paard heeft geleerd om op een kleine hulp te reageren en de oorspronkelijke hulp niet meer nodig is. Stel je leert je paard om achterwaarts te gaan. Telkens leg je je been naar achteren, terwijl iemand op de grond je paard naar achteren laat stappen door tikjes tegen het voorbeen te geven of door je paard met zijn hand naar achteren te duwen. Op een gegeven moment is de persoon op de grond niet meer nodig en hoef je alleen nog maar je benen naar achteren te leggen en je paard gaat achterwaarts.

    Je kunt je vast voorstellen dat het eigenlijk heel ingewikkeld is wat wij van onze paarden vragen en dat een paard erg in de war kan raken als wij onze hulpen niet helemaal goed geven. De scheidingslijn tussen de verschillende hulpen is vaak erg dun, zoals bijvoorbeeld het hebben van contact met de mond en het maken van een kleine ophouding.

    Om een jong paard op te leiden is het dus van belang dat je als ruiter al heel goed de controle hebt over het geven van de hulpen, het aanvoelen wanneer je de druk moet geven en moet loslaten en dat allemaal op het juiste moment. 

  • Zelf heb ik behoorlijk wat paarden beleerd en opgeleid en het wordt nu, na bijna 30 jaar, steeds een beetje makkelijker. Ondanks mijn ervaring sluipen er nog steeds in de africhting wat foutjes in. Het oplossen van de gevolgen van mijn ruiterfouten is wel veel eenvoudiger geworden in de loop der jaren want alles is inmiddels de revue al gepasseerd. Dus de oplossing is voor mij al snel voorhanden.

    Als je als minder ervaren ruiter op een behoorlijk groen paard begint sluipen er steeds meer gedragingen in bij ruiter en paard die elkaar gaan versterken. Op een bepaald moment kom je in een vicieuze cirkel terecht waar je met heel veel geduld en zelfkennis weer uit kunt komen. Belangrijk is dat je daar goede begeleiding bij zoekt.

    We moeten er ook absoluut vanuit gaan dat het paard een bepaald gedrag vertoond omdat het aangeleerd is, al dan niet bewust. Een paard krijgt met enige regelmaat de gelegenheid om onder een bepaalde situatie uit te komen en leert dus eigenlijk zichzelf aan dat hij ermee weg komt. Dat kan zowel aan de hand als onder het zadel zijn.

    Kort door de bocht kun je dus stellen dat de ruiter het paard de gelegenheid heeft geboden om dergelijk ongewenst gedrag te ontwikkelen en het gedrag dus eigenlijk aan het paard geleerd heeft. Doordat de ruiter eigenlijk buitenspel gezet wordt door het paard en door de eigen onervarenheid niet weet hoe hij of zij het probleem om kan lossen wordt dit gedrag steeds meer ten positieve van het paard bevestigd. Het paard wordt als het ware beloond doordat er geen oplossing voorhanden is en de ruiter stopt met rijden.

  • Zulke beweringen zijn nooit zo leuk om te horen maar dat hoort dan ook weer bij het leerproces van de ruiter of amazone. Zo zei Tineke Bartels eens tijdens een clinic dat je eerste paard altijd pech heeft. Op je eerste paard maak je de meeste fouten en eigenlijk verziek je je eerste paard. Ook al doe je enorm je best om er wat van te maken en wil je alles zo goed mogelijk doen, toch maak je de meest voor de hand liggende trainings fouten. Voordeel hiervan is dat je van deze fouten ontzettend veel leert en je als ruiter zelf weer leert om de veroorzaakte fouten weer op te lossen. Je wordt er dus uiteindelijk zelf wel een betere ruiter van!

  • In het geval van Demi en Fantastic D kunnen we dus stellen dat jouw paard in zijn opleiding teveel ruimte gehad heeft om bepaalde gedragingen aan te leren. Dat is niemand kwalijk te nemen en hoort bij je eigen leerproces. In de training thuis ben je absoluut al op de goede weg want de controle wordt daar al steeds beter. Op wedstrijd (op vreemde locaties) weet je paard dat hij jouw buitenspel kan zetten met ziin (aangeleerde) gedrag en maakt daar gebruik van.

    Het is daarom belangrijk om veel verschillende terreinen te bezoeken om daar ook te gaan werken aan de controle die je thuis in de training ook hebt. Wanneer de controle weer bij jou komt te liggen kun je bijvoorbeeld meedoen aan oefendressuur of HC starten om hetgeen je thuis onder controle hebt, ook tijdens de proef in de praktijk te brengen. Doe in de proef niet anders dan thuis en corrigeer je paard rijtechnisch zoals je in de training ook zou doen. Pakt je paard het tempo over en loopt hij onder je vandaan en thuis rijd je een kleine volte op tot je controle hebt en vervolg je daarna je lijn, doe dit dan ook in de oefen) proef. Zorg dat jij de leiding weer overneemt. Let hierbij wel goed op dat je op de juiste momenten weer loslaat want anders wordt de proef een soort worstelwedstrijd.

  • Daarnaast is het als ruiter of amazone belangrijk om je instelling de baas te blijven. Je bent je er nu van bewust dat er een probleem ontstaan is wat opgelost moet worden. Maak dat dan ook je doel voor je wedstrijd. Het rijden van een goede proef of het behalen van een winstpunt zullen uiteindelijk het gevolg zijn van het geduld wat je ervoor op moet brengen om je bezig te houden met de oplossing. Het is ook erg belangrijk om je geduld hierin te bewaren. Ik zeg altijd: Je moet het zien zoals het op school gaat in de klas. Als jij iets nieuws moet leren en je leraar vertelt het schreeuwend en slaat met zijn lineaal op je tafel terwijl hij je uitscheld dat je het allemaal fout doet, dan leer je ook niks. Je wilt alleen maar weg. Je hebt er eigenlijk geen idee van welk onderwerp je eigenlijk moest leren. Zo is het ook naar je paard.

    Jij als ruiter van je paard bent eigenlijk de africhter of leraar voor je paard. Je leert zelf als beste als het onderwerp op een rustige manier uitgelegd wordt en dat je de tijd krijgt om het te leren begrijpen, ook als duurt dat soms heel erg lang. Als je een paard niks geeft om tegen te vechten, heeft hij ook niks om tegen te vechten. Met wijsheid en doordacht trainen kom je tot oplossingen, hoe lastig dat ook is.

  • Deel dit bericht via social media

  • Reacties

  • Blijf op de hoogte

    Elke maand een nieuwe video, een nieuwe vraag-van-de-maand en de aanbieding van de maand!!!

    Verstuur