• Beoordelen of veroordelen?

    Van Barbara Thomas kreeg ik de volgende vraag: Hoe ga je om met het gevoel dat mensen langs de kant je rijkunsten beoordelen of veroordelen? Wanneer je aan het rijden bent staan er vaak mensen te kijken, zowel op wedstrijd als gewoon thuis tijdens de training. Vaak willen we op zo’n moment dat de training of proef perfect gaat en hoe meer we dat proberen, hoe meer spanning erbij komt kijken. Hierdoor wordt het rijden veel lastiger en hoe minder het trainen eigenlijk gaat en hoe meer het gevoel komt dat er nog meer naar het rijden gekeken wordt. Dit wordt dan zo’n vicieuze nare cirkel.

     

    Voor mij is dit gevoel zeker heel herkenbaar en heeft echt alles te maken met de onzekerheid in het eigen kunnen en het vertrouwen wat je in jezelf hebt. Ook leerlingen hoor ik hier heel regelmatig over maar ook collega-instructeurs en zelf professionals.

    De eerste vraag die ik tijdens een training naar aanleiding van zo’n opmerking altijd stel is: ‘voor wie rij je nu eigenlijk paard?’ Het meest gegeven antwoord is dan altijd: ‘Voor mezelf’. Mijn antwoord is dan altijd: ‘Dat bedoel ik’, maar dat is natuurlijk wel heel makkelijk gezegd. Toch zet dit al wat in beweging. Het is een soort bewustwording.

    Terug naar de twee punten waardoor je dit gevoel krijgt. Vertrouwen hebben in je eigen kunnen te paard en vertrouwen hebben in jezelf. Deze twee punten zijn enorm met elkaar verbonden. Als je geen vertrouwen hebt in jezelf dan is het helemaal lastig om te vertrouwen op je eigen kennen en kunnen.

    Jaren geleden reed ik vaak op paarden van anderen. Ik mocht de paarden opleiden en op een gegeven moment mocht ik ook gaan starten met deze paarden. Wanneer er dan een eigenaar kwam kijken vond ik dat extra spannend. Wat vond de eigenaar van de vorderingen? Wat vond de eigenaar van onze prestatie en voldoen we wel aan de verwachtingen die ze van ons hebben? Allemaal vragen die ik mijzelf oplegde maar die in de praktijk nog nooit door de eigenaren gesteld zijn. Ze waren altijd trots op hun paard en doordat ik behoorlijk onder woorden kon brengen wat er positief en minder positief verliep tijdens zo’n proef bleven de eigenaren vertrouwen hebben. De resultaten waren ook altijd prima in orde en er is mijn nooit gezegd dat ik persé moest winnen. De instelling van het fijne opleiden van het paard stond gelukkig boven de prestatieverwachting die op concours gesteld werd.

    Toen ik zelf met Whatnow ging starten lagen de verwachtingen ook erg hoog. Niet zo zeer bij mij maar vooral ook bij stalgenoten en bekenden. Het was zo’n fijn paard om te trainen waardoor het als vanzelfsprekend ook een geweldig wedstrijdpaard moest zijn. Ik werd getipt als de nieuwe regiokampioen en er waren heel wat mensen die dat ook tegen mij zeiden. Ik vond dat natuurlijk een enorm compliment maar onbedoeld voelde ik hierdoor zoveel druk dat ik erg gespannen aan het rijden ging en mijn paard zo belemmerde dat er fouten inslopen die totaal niet nodig waren. Weg droom, weg kampioenschap.

    Naarmate ik verder kwam in de sport nam mijn vertrouwen in mijn eigen kunnen ook toe. Mede door de instructie die ik had en heb en de mensen die ik om mij heen verzameld had. Op het moment dat het moeilijker wordt is het zo belangrijk dat je support hebt van fijne mensen om je heen die je helpen maar ook die je steunen en hiermee je zelfvertrouwen helpen vergroten.

    Ik omringde mijzelf met positieve mensen waardoor mijn leven ook een veel positievere wending kreeg. (en dat doe ik nog steeds)

    Hoe de mens reageert op situaties heeft al de oorsprong in de opvoeding. Op welke manier ben je opgegroeid, in wat voor omgeving en was dat een positieve ervaring of moest je knokken om ergens te komen. Werd je heel zelfstandig opgevoed of werd er iets te goed voor je gezorgd? Hoe was de schooltijd? Werd je gepest of was je populair? Kon je makkelijk leren of had je er moeite mee? En hoe werd je daarin begeleid?

    Voor mijzelf kan ik makkelijk vertellen. Ik ben in een gezin van pa en ma en 3 kinderen opgegroeid waarin ik de oudste was. Ik heb hierbij het gevoel dat ik daar wel heb moeten knokken om ‘de weg vrij te maken’ om te gaan stappen (uitgaan) en dergelijke. Mijn ouders stonden wel achter me wat betreft de sport en hebben geholpen waar nodig maar ik moest zelf ook werken zodra dat kon om de kosten van het paardrijden te betalen. Mijn oma en moeder hielpen altijd om alle folders in elkaar te vouwen maar ik bracht ze rond. Met heel slecht weer hielp mijn moeder ook door de nieuwe berg kranten ergens heen te brengen zodat ik niet door sneeuw en ijzel terug naar huis moest fietsen. Er werd goed voor me gezorgd maar was heel zelfstandig aangelegd. Op school werd ik gepest maar ik mepte er, als mijn grens bereikt was, gerust op los (en dat heb ik absoluut niet vanuit mijn opvoeding meegekregen}. Ik kan veel te makkelijk leren maar ben er te lui voor en ben veel praktischer ingesteld dan wat ik van huis uit meegekregen heb. Ik heb altijd grenzen opgezocht en regels maken eerder het slechtste in me los dan dat ze wat goeds brengen. Ik ben eigenwijs en weet altijd alles beter maar durf mijn mening zeker bij te stellen als de ander mij kan overtuigen van het tegendeel.

    Kortom, ik ben opgegroeid als een knokker die het beste leert van het maken van fouten en negatieve ervaringen heeft leren omzetten in iets positiefs waar ik anderen mee kan helpen. Ik ben geen denker maar een doener en los problemen eerst op voordat ik ga nadenken op welke manier ik dat het beste kan doen. Maar dat ben ik. En ik heb dus al mijn goede en slechte ervaringen gebruikt om beter te worden. Ik heb ervoor moeten vechten, en nog steeds, om alles te bereiken wat ik wil bereiken en daardoor ben ik een sterk mens geworden.

    Op de momenten dat ik twijfel aan mezelf of aan mijn eigen kunnen hanteer ik een aantal handelingen om heel bewust over de onzekerheid heen te stappen. Ik probeer ze hieronder een beetje logisch te omschrijven.

    De belangrijkste is positieve denken; ik probeer alle negatieve gedachten om te keren naar goede en positieve dingen. Ik laat geen negatieve gedachten toe en mocht ik dat merken dat ik ze heb dan piek ik die geschiedenis papagaai van mijn schouder (zie ander blog) Als ik een minder goede ervaring wil delen probeer ik die altijd een positieve wending te geven. Ik lag er niet bijna naast maar ik bleef nog net zitten!

    Wanneer ik nadenk over dingen die ik verkeerd gedaan heb bedenk ik gelijk op welke manier ik ervan geleerd heb en bepaal ik hoe ik het de volgende keer ga aanpakken. Wanneer ik ergens aan twijfel ga ik op zoek naar gelijke momenten waarbij het lukte en maak ik er ook een positieve gedachte van. En geloof me, dat is lastig maar naarmate je het vaker doet, hoe makkelijker het gaat.

    Als tweede zorg ik dat ik positieve mensen om me heen heb. Mensen die me steunen, opvangen en die mij vertrouwen maar ook die ik kan vertrouwen.

    Belangrijk is om te beseffen dat iedereen, ook alle toeschouwers, grotendeels hetzelfde gevoel hebben wat jij ook ervaart. Ieder mens heeft zijn onzekerheid, zijn twijfels en iedereen heeft moeite om het leven te leiden dat hij het liefst zou willen leiden. Probeer je niet op een oneerlijke manier te vergelijken met anderen en weet dat iedereen zijn eigen ontwikkeling doormaakt. Respecteer jij dat van hen, dan dwing je vanzelf het respect af voor jezelf. Zelfs de meest succesvolle mensen twijfelen aan zichzelf en vaak doordat we elkaar maar oppervlakkig kennen geven we de ander het stempel dat hij of zij beter is dan de ander of dan onszelf, of noemen we die ander de arrogant, de onaardige of de nietsnut. Op het moment dat mensen naar je kijken besef dan dat zij daar niet staan om zich beter te voelen maar dat ze dezelfde onzekerheden ervaren die jij ook hebt en wellicht juist staan af te kijken hoe jij daarmee omgaat.

    Als derde reken ik af met angsten. Angst is echt de grootste belemmering in het leven. Door angst te hebben stop je met je doelen en acties en bereik je niks meer. Actie is de oplossing voor angst. Durf die angst onder ogen te komen en ga ermee aan de slag. Durf je dat niet alleen, zoek dan iemand op uit je positieve kring mensen die je daarmee kan helpen.

    Zo vond ik het lastig om zomaar anderen aan te spreken. Ik heb dat overwonnen door overal waar ik was, liep of zat, gedag te zeggen. Was ik aan het hardlopen, dan zei ik tegen iedereen die ik tegenkwam gedag. Toen mijn hardloopmaatje mij opeens voor was in het gedag zeggen werd ik er gewoon ‘pissig’ om waar we dan wel weer hartelijk om gelachen hebben. Door het spannende juiste te doen wordt het steeds makkelijker. Maar ook door het te zeggen wordt iets makkelijker. Zo zei ik altijd aan het begin van een lezing dat ik het wel spannend vond om voor zoveel mensen te spreken. Hierdoor gaf ik mijzelf bloot, ontstond er begrip en was ik eigenlijk al mijn spanning al weer kwijt. Inmiddels is dat niet meer nodig omdat ik daarin gegroeid ben.

    Tot slot heb ik geleerd om zelfvertrouwen uit te stralen. Ook al zijn er momenten dat ik dat niet heb, weet ik wel mijzelf te presenteren als mevrouw zelfvertrouwen. Ik durf mensen aan te kijken en contact te maken en door me op die manier te presenteren heb ik ook bergen meer zelfvertrouwen gekregen. Zorg dat je kleding draagt die fijn zit en doe geen dingen die je in een vertrouwde situatie ook niet zou doen. Wees niet bang als mensen je hierdoor arrogant gaan noemen. Om te presteren heb je dat tikkeltje (nep)arrogantie nodig.

    Laat zien wie je bent en werk aan je authenticiteit. Met andere woorden; Leer te staan waar je voor staat en durf de confrontatie met je eigen onzekere ik aan te gaan. En als je dat toch heel moeilijk vind, zoek iemand die je erbij kan helpen. 

  • Deel dit bericht via social media

  • Reacties